Niederländisch · Verb

geloven

glauben

regelmäßigverben · Set 5

Beispielsätze

Ik geloof niet in dat soort verhalen.
Ich glaube nicht an solche Geschichten.
Ze heeft zijn smoesje meteen geloofd.
Sie hat seine Ausrede sofort geglaubt.
Morgen zal niemand dat vreemde verhaal geloven.
Morgen wird niemand diese seltsame Geschichte glauben.

Konjugation 5 Zeitformen · Gold ist unregelmäßig

PräsensPräteritumPerfekt
ikgeloofgeloofdeheb geloofd
jijgelooftgeloofdehebt geloofd
hij / zijgelooftgeloofdeheeft geloofd
wijgelovengeloofdenhebben geloofd
julliegelovengeloofdenhebben geloofd
zijgelovengeloofdenhebben geloofd
Partizip Perfekt geloofd
Imperativ geloof

Merk dir geloven für immer. ripiti bringt das Wort zurück, kurz bevor du es vergisst, mit diesen Sätzen dazu. Gratis, ohne Konto, funktioniert offline.

übe geloven in ripiti