Niederländisch · Verb

spreken

sprechen

● unregelmäßigverben · Set 3

Beispielsätze

Hij spreekt elke week met zijn mentor op school.
Er spricht jede Woche mit seinem Mentor in der Schule.
Gisteren hebben we lang met elkaar gesproken.
Gestern haben wir lange miteinander gesprochen.
Morgen zullen we de directeur even spreken.
Morgen werden wir kurz mit dem Direktor sprechen.

Konjugation 5 Zeitformen · Gold ist unregelmäßig

PräsensPräteritumPerfekt
ikspreeksprakheb gesproken
jijspreektsprakhebt gesproken
hij / zijspreektsprakheeft gesproken
wijsprekensprakenhebben gesproken
julliesprekensprakenhebben gesproken
zijsprekensprakenhebben gesproken
Partizip Perfekt gesproken
Imperativ spreek

Wendungen mit spreken

Merk dir spreken für immer. ripiti bringt das Wort zurück, kurz bevor du es vergisst, mit diesen Sätzen dazu. Gratis, ohne Konto, funktioniert offline.

übe spreken in ripiti