Niederländisch · Verb

staan

stehen

● unregelmäßigverben · Set 2

Beispielsätze

De fiets staat altijd naast de voordeur.
Das Fahrrad steht immer neben der Haustür.
Gisteren heeft hij uren in de rij gestaan.
Gestern hat er stundenlang in der Schlange gestanden.
Morgen zal de kast in de hoek staan.
Morgen wird der Schrank in der Ecke stehen.

Konjugation 5 Zeitformen · Gold ist unregelmäßig

PräsensPräteritumPerfekt
ikstastondheb gestaan
jijstaatstondhebt gestaan
hij / zijstaatstondheeft gestaan
wijstaanstondenhebben gestaan
julliestaanstondenhebben gestaan
zijstaanstondenhebben gestaan
Partizip Perfekt gestaan
Imperativ sta

Merk dir staan für immer. ripiti bringt das Wort zurück, kurz bevor du es vergisst, mit diesen Sätzen dazu. Gratis, ohne Konto, funktioniert offline.

übe staan in ripiti