Duits · bijvoeglijk naamwoord of bijwoord
bereit
bereid, klaar (voorbereid)
bijvoeglijk & bijwoorden · set 27
Voorbeeldzinnen
Ich bin bereit für die Prüfung.
Ik ben klaar voor het examen.
Sie war sofort bereit, uns zu helfen.
Ze was meteen bereid ons te helpen.
Bist du morgen bereit zu gehen?
Ben je morgen klaar om te gaan?
Onthoud bereit voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen bereit in ripiti