Duits · bijvoeglijk naamwoord of bijwoord

blau

blauw

bijvoeglijk & bijwoorden · set 30

Voorbeeldzinnen

Der Himmel ist heute blau.
De lucht is vandaag blauw.
Sie hat eine blaue Jacke gekauft.
Ze heeft een blauw jasje gekocht.
Ich möchte die Wand blau streichen.
Ik wil de muur blauw verven.

Onthoud blau voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen blau in ripiti