Duits · bijvoeglijk naamwoord of bijwoord

gut

goed

bijvoeglijk & bijwoorden · set 2

Voorbeeldzinnen

Das Essen schmeckt heute gut.
Het eten smaakt vandaag goed.
Er hat gestern sehr gut gespielt.
Hij heeft gisteren heel goed gespeeld.
Du wirst das bestimmt gut machen.
Je zult dat vast goed doen.

Ook goed

richtigjuist (correct)

Op de kaart “goed” keurt ripiti ook richtig goed. Andersom niet: bij richtig is gut geen goed antwoord.

Onthoud gut voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen gut in ripiti