Duits · bijvoeglijk naamwoord of bijwoord

jetzt

nu (op dit moment)

bijvoeglijk & bijwoorden · set 1

Voorbeeldzinnen

Ich habe jetzt leider keine Zeit.
Ik heb nu helaas geen tijd.
Er ist jetzt nach Hause gegangen.
Hij is nu naar huis gegaan.
Was möchtest du jetzt essen?
Wat wil je nu eten?

Onthoud jetzt voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen jetzt in ripiti