Duits · bijvoeglijk naamwoord of bijwoord

nun

nu (dan, nou)

bijvoeglijk & bijwoorden · set 33

Voorbeeldzinnen

Wir müssen nun leider gehen.
We moeten nu helaas gaan.
Er hat nun endlich seinen Führerschein bekommen.
Hij heeft nu eindelijk zijn rijbewijs gekregen.
Was sollen wir nun machen?
Wat moeten we nu doen?

Onthoud nun voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen nun in ripiti