Voorbeeldzinnen
Der Zug ist heute pünktlich.
De trein is vandaag op tijd.
Sie kam gestern pünktlich zur Arbeit.
Ze kwam gisteren op tijd op het werk.
Wir müssen morgen pünktlich da sein.
We moeten morgen op tijd daar zijn.
Onthoud pünktlich voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen pünktlich in ripiti