Duits · bijvoeglijk naamwoord of bijwoord

schnell

snel

bijvoeglijk & bijwoorden · set 8

Voorbeeldzinnen

Er läuft sehr schnell.
Hij loopt heel snel.
Sie hat die Aufgabe schnell gelöst.
Zij heeft de opdracht snel opgelost.
Ich muss morgen früh schnell zum Bäcker gehen.
Ik moet morgenochtend even snel naar de bakker.

Ook goed

raschsnel

Op de kaart “snel” keurt ripiti ook rasch goed.

Onthoud schnell voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen schnell in ripiti