Duits · bijvoeglijk naamwoord of bijwoord

voll

vol

bijvoeglijk & bijwoorden · set 10

Voorbeeldzinnen

Der Bus war heute Morgen sehr voll.
De bus was vanochtend heel vol.
Mein Teller ist schon voll.
Mijn bord is al vol.
Die Kinos werden am Wochenende voll sein.
De bioscopen zullen in het weekend vol zijn.

Ook goed

sattverzadigd (na het eten)

Op de kaart “vol” keurt ripiti ook satt goed. Andersom niet: bij satt is voll geen goed antwoord.

Onthoud voll voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen voll in ripiti