Duits · getal of tijdwoord

die Uhrzeit

de tijd (op de klok), de kloktijd

met lidwoordgetallen & tijd · set 7

Voorbeeldzinnen

Können Sie mir bitte die Uhrzeit sagen?
Kunt u mij alstublieft zeggen hoe laat het is?
Er hat mir die Uhrzeit des Treffens nie genannt.
Hij heeft me het tijdstip van de afspraak nooit genoemd.
Ich werde dir die genaue Uhrzeit noch schicken.
Ik stuur je nog het precieze tijdstip.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Uhrzeit. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Uhrzeit voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Uhrzeit in ripiti