Duits · getal of tijdwoord

zehn

tien

getallen & tijd · set 3

Voorbeeldzinnen

Mein Bus kommt in zehn Minuten.
Mijn bus komt over tien minuten.
Sie hat zehn Jahre in Köln gewohnt.
Ze heeft tien jaar in Keulen gewoond.
Ich möchte zehn Brötchen bestellen.
Ik wil tien broodjes bestellen.

Onthoud zehn voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen zehn in ripiti