Duits · naamwoord

das Auto

de auto

met lidwoordnaamwoorden · set 6

Voorbeeldzinnen

Unser Auto steht vor dem Haus.
Onze auto staat voor het huis.
Wir haben letzte Woche ein neues Auto gekauft.
We hebben vorige week een nieuwe auto gekocht.
Ich werde das Auto morgen waschen.
Ik ga de auto morgen wassen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Auto. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Auto voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Auto in ripiti