Duits · naamwoord

das Dorf

het dorp

met lidwoordnaamwoorden · set 47

Voorbeeldzinnen

Mein Onkel wohnt in einem kleinen Dorf.
Mijn oom woont in een klein dorp.
Das Dorf hat nur hundert Einwohner.
Het dorp heeft maar honderd inwoners.
Wir sind gestern durch das Dorf gefahren.
We zijn gisteren door het dorp gereden.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Dorf. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Dorf voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Dorf in ripiti