Duits · naamwoord

das Ei

het ei

met lidwoordnaamwoorden · set 44

Voorbeeldzinnen

Zum Frühstück esse ich gern ein Ei.
Bij het ontbijt eet ik graag een ei.
Sie hat gestern drei Eier gekauft.
Ze heeft gisteren drie eieren gekocht.
Das Ei muss fünf Minuten kochen.
Het ei moet vijf minuten koken.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Ei. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Ei voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Ei in ripiti