Duits · naamwoord

das Glas

het glas

met lidwoordnaamwoorden · set 42

Voorbeeldzinnen

Ich möchte ein Glas Wasser trinken.
Ik wil een glas water drinken.
Das Glas ist vom Tisch gefallen.
Het glas is van de tafel gevallen.
Gestern habe ich das Glas zerbrochen.
Gisteren heb ik het glas gebroken.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Glas. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Glas voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Glas in ripiti