Duits · naamwoord

das Gras

het gras

met lidwoordnaamwoorden · set 61

Voorbeeldzinnen

Das Gras im Garten ist schon wieder zu hoch.
Het gras in de tuin is alweer te hoog.
Wir haben gestern im Gras gelegen und gelesen.
Gisteren hebben we in het gras gelegen en gelezen.
Morgen muss ich das Gras schneiden.
Morgen moet ik het gras maaien.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Gras. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Gras voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Gras in ripiti