Duits · naamwoord

das Lachen

het lachen, de lach

met lidwoordnaamwoorden · set 69

Voorbeeldzinnen

Das Lachen der Kinder war im ganzen Haus zu hören.
Het lachen van de kinderen was in het hele huis te horen.
Ich habe sein Lachen sofort erkannt.
Ik herkende zijn lachen meteen.
Bei diesem Lachen muss ich selbst grinsen.
Bij dit lachen moet ik zelf grijnzen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Lachen. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Lachen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Lachen in ripiti