Duits · naamwoord

das Regal

de plank (rek), het rek

met lidwoordnaamwoorden · set 75

Voorbeeldzinnen

Das Regal ist voller Bücher.
Het rek staat vol boeken.
Er hat das Regal selbst gebaut.
Hij heeft het rek zelf gebouwd.
Ich möchte ein Regal an die Wand hängen.
Ik wil een plank aan de muur hangen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Regal. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Regal voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Regal in ripiti