Duits · naamwoord

das Restaurant

het restaurant

met lidwoordnaamwoorden · set 45

Voorbeeldzinnen

Wir gehen heute Abend in ein Restaurant.
We gaan vanavond naar een restaurant.
Das Restaurant war gestern ziemlich voll.
Het restaurant was gisteren behoorlijk vol.
Ich habe einen Tisch im Restaurant reserviert.
Ik heb een tafel in het restaurant gereserveerd.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Restaurant. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Restaurant voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Restaurant in ripiti