Duits · naamwoord

das Salz

het zout

met lidwoordnaamwoorden · set 45

Voorbeeldzinnen

Gib bitte etwas Salz in die Suppe.
Doe alsjeblieft wat zout in de soep.
Das Salz stand neben dem Pfeffer.
Het zout stond naast de peper.
Ich habe zu viel Salz genommen.
Ik heb te veel zout genomen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Salz. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Salz voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Salz in ripiti