Duits · naamwoord

das Schaf

het schaap

met lidwoordnaamwoorden · set 81

Voorbeeldzinnen

Das Schaf frisst Gras auf der Wiese.
Het schaap eet gras in de wei.
Der Hirte hat ein Schaf verloren.
De herder heeft een schaap verloren.
Im Frühling bekommt das Schaf ein Lamm.
In het voorjaar krijgt het schaap een lam.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Schaf. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Schaf voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Schaf in ripiti