Wir haben ihm zu Weihnachten ein Spielzeug geschenkt.
We hebben hem met Kerstmis speelgoed gegeven.
Die Kinder müssen ihr Spielzeug jetzt aufräumen.
De kinderen moeten hun speelgoed nu opruimen.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: das Spielzeug. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud das Spielzeug voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.