Duits · naamwoord

das Spielzeug

het speelgoed

met lidwoordnaamwoorden · set 80

Voorbeeldzinnen

Das Spielzeug liegt überall im Kinderzimmer.
Het speelgoed ligt overal in de kinderkamer.
Wir haben ihm zu Weihnachten ein Spielzeug geschenkt.
We hebben hem met Kerstmis speelgoed gegeven.
Die Kinder müssen ihr Spielzeug jetzt aufräumen.
De kinderen moeten hun speelgoed nu opruimen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Spielzeug. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Spielzeug voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Spielzeug in ripiti