Duits · naamwoord

das Werkzeug

het gereedschap

met lidwoordnaamwoorden · set 41

Voorbeeldzinnen

Wo hast du das Werkzeug hingelegt?
Waar heb je het gereedschap neergelegd?
Mit diesem Werkzeug geht die Arbeit schneller.
Met dit gereedschap gaat het werk sneller.
Ich brauche ein Werkzeug zum Schrauben.
Ik heb gereedschap nodig om te schroeven.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: das Werkzeug. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud das Werkzeug voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen das Werkzeug in ripiti