Duits · naamwoord

der Ärger

de ergernis, het gedoe

met lidwoordnaamwoorden · set 39

Voorbeeldzinnen

Der Ärger über die Verspätung war groß.
De ergernis over de vertraging was groot.
Sein Ärger verschwand ziemlich schnell.
Zijn ergernis verdween vrij snel.
Ich will keinen Ärger mit der Polizei haben.
Ik wil geen gedoe met de politie hebben.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Ärger. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Ärger voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Ärger in ripiti