Duits · naamwoord

der Apfel

de appel

met lidwoordnaamwoorden · set 44

Voorbeeldzinnen

Ich esse jeden Morgen einen Apfel.
Ik eet elke ochtend een appel.
Der Apfel vom Baum war sehr süß.
De appel van de boom was erg zoet.
Wir werden morgen einen Apfelkuchen mit Äpfeln backen.
Morgen gaan we een appeltaart met appels bakken.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Apfel. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Apfel voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Apfel in ripiti