Duits · naamwoord

der Besitz

het bezit

met lidwoordnaamwoorden · set 66

Voorbeeldzinnen

Das Haus ist im Besitz meiner Familie.
Het huis is in het bezit van mijn familie.
Er hat all seinen Besitz verkauft.
Hij heeft al zijn bezit verkocht.
Dieser Besitz gehört jetzt der Stadt.
Dit bezit is nu van de stad.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Besitz. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Besitz voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Besitz in ripiti