Duits · naamwoord

der Besucher

de bezoeker

met lidwoordnaamwoorden · set 90

Voorbeeldzinnen

Der Besucher wartet vor der Tür.
De bezoeker wacht voor de deur.
Wir haben gestern einen Besucher aus Berlin gehabt.
Wij hebben gisteren een bezoeker uit Berlijn gehad.
Ein Besucher darf das Museum nur mit Karte betreten.
Een bezoeker mag het museum alleen met een kaartje betreden.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Besucher. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Besucher voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Besucher in ripiti