Duits · naamwoord

der Euro

de euro

met lidwoordnaamwoorden · set 17

Voorbeeldzinnen

Der Euro ist die Währung in Deutschland.
De euro is de munt in Duitsland.
Das Brot hat gestern zwei Euro gekostet.
Het brood heeft gisteren twee euro gekost.
Ich werde dir morgen fünf Euro geben.
Ik zal je morgen vijf euro geven.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Euro. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Euro voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Euro in ripiti