Duits · naamwoord

der Grund

de reden

met lidwoordnaamwoorden · set 5

Voorbeeldzinnen

Ich habe einen guten Grund dafür.
Ik heb er een goede reden voor.
Was war gestern der Grund für den Streit?
Wat was gisteren de reden voor de ruzie?
Du musst mir den Grund nennen.
Je moet me de reden noemen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Grund. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Grund voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Grund in ripiti