Duits · naamwoord

der Herr

de meneer, de heer

met lidwoordnaamwoorden · set 16

Voorbeeldzinnen

Der Herr dort wartet auf den Bus.
De meneer daar wacht op de bus.
Ein Herr hat mich nach dem Weg gefragt.
Een meneer heeft me de weg gevraagd.
Wir werden den Herrn gleich bedienen.
We zullen de meneer zo meteen helpen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Herr. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Herr voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Herr in ripiti