Duits · naamwoord

der Hund

de hond

met lidwoordnaamwoorden · set 15

Voorbeeldzinnen

Der Hund bellt laut im Garten.
De hond blaft luid in de tuin.
Wir haben früher einen großen Hund gehabt.
We hebben vroeger een grote hond gehad.
Morgen gehe ich mit dem Hund spazieren.
Morgen ga ik met de hond wandelen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Hund. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Hund voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Hund in ripiti