Duits · naamwoord

der Kanzler

de kanselier

met lidwoordnaamwoorden · set 92

Voorbeeldzinnen

Der Kanzler hält heute eine Rede.
De kanselier houdt vandaag een toespraak.
Wir haben den Kanzler gestern im Fernsehen gesehen.
We hebben de kanselier gisteren op televisie gezien.
Das Volk will bald einen Kanzler wählen.
Het volk wil binnenkort een kanselier kiezen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Kanzler. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Kanzler voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Kanzler in ripiti