Duits · naamwoord

der Kilometer

de kilometer

met lidwoordnaamwoorden · set 25

Voorbeeldzinnen

Jeden Morgen laufe ich einen Kilometer.
Elke ochtend loop ik een kilometer.
Wir sind gestern zehn Kilometer gewandert.
Wij hebben gisteren tien kilometer gewandeld.
Bis zum Bahnhof ist es nur ein Kilometer.
Tot het station is het maar een kilometer.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Kilometer. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Kilometer voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Kilometer in ripiti