Duits · naamwoord

der Knochen

het bot

met lidwoordnaamwoorden · set 83

Voorbeeldzinnen

Der Hund nagt im Garten an einem Knochen.
De hond knaagt in de tuin aan een bot.
Er hat sich beim Sport einen Knochen gebrochen.
Hij heeft bij het sporten een bot gebroken.
Der Knochen wird bald wieder heilen.
Het bot zal binnenkort weer genezen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Knochen. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Knochen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Knochen in ripiti