Duits · naamwoord

der Kredit

de lening

met lidwoordnaamwoorden · set 93

Voorbeeldzinnen

Wir haben einen Kredit für das Haus aufgenommen.
We hebben een lening voor het huis afgesloten.
Der Kredit muss in zehn Jahren zurückgezahlt werden.
De lening moet over tien jaar worden terugbetaald.
Die Bank gibt mir vielleicht keinen Kredit.
De bank geeft mij misschien geen lening.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Kredit. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Kredit voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Kredit in ripiti