Duits · naamwoord

der Kreis

de cirkel, de kring

met lidwoordnaamwoorden · set 31

Voorbeeldzinnen

Sie zeichnet mit dem Zirkel einen Kreis.
Ze tekent met de passer een cirkel.
Die Kinder bildeten einen Kreis um den Lehrer.
De kinderen vormden een kring om de leraar.
Wir werden uns gleich in einen Kreis setzen.
We gaan zo meteen in een kring zitten.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Kreis. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Kreis voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Kreis in ripiti