Duits · naamwoord

der Kunde

de klant

met lidwoordnaamwoorden · set 14

Voorbeeldzinnen

Der Kunde wartet schon seit zehn Minuten.
De klant wacht al tien minuten.
Die Verkäuferin hat dem Kunden die Ware erklärt.
De verkoopster heeft de klant de waar uitgelegd.
Wir müssen jeden Kunden freundlich begrüßen.
We moeten elke klant vriendelijk begroeten.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Kunde. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Kunde voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Kunde in ripiti