Duits · naamwoord

der Minister

de minister

met lidwoordnaamwoorden · set 31

Voorbeeldzinnen

Der Minister besucht heute eine Schule in Köln.
De minister bezoekt vandaag een school in Keulen.
Gestern hat der Minister im Fernsehen gesprochen.
Gisteren heeft de minister op televisie gesproken.
Der Minister wird morgen eine neue Regel vorstellen.
De minister zal morgen een nieuwe regel presenteren.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Minister. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Minister voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Minister in ripiti