Duits · naamwoord

der Nachbar

de buurman

met lidwoordnaamwoorden · set 28

Voorbeeldzinnen

Mein Nachbar grüßt mich jeden Morgen.
Mijn buurman groet mij elke ochtend.
Wir haben unseren Nachbarn zum Essen eingeladen.
Wij hebben onze buurman uitgenodigd om te eten.
Der Nachbar wird nächsten Monat umziehen.
De buurman gaat volgende maand verhuizen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Nachbar. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Nachbar voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Nachbar in ripiti