Duits · naamwoord

der Partner

de partner

met lidwoordnaamwoorden · set 48

Voorbeeldzinnen

Mein Partner kocht heute Abend für uns.
Mijn partner kookt vanavond voor ons.
Sie hat ihren Partner auf der Arbeit kennengelernt.
Ze heeft haar partner op het werk leren kennen.
Wir werden mit unserem Partner nach Spanien fliegen.
We gaan met onze partner naar Spanje vliegen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Partner. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Partner voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Partner in ripiti