Duits · naamwoord

der Pass

het paspoort

met lidwoordnaamwoorden · set 51

Voorbeeldzinnen

Mein Pass liegt zu Hause in der Schublade.
Mijn paspoort ligt thuis in de la.
Ich habe meinen Pass im Urlaub verloren.
Ik heb mijn paspoort op vakantie verloren.
Für die Reise brauchst du einen gültigen Pass.
Voor de reis heb je een geldig paspoort nodig.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Pass. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Uitdrukkingen met der Pass

Onthoud der Pass voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Pass in ripiti