Duits · naamwoord

der Schlüssel

de sleutel

met lidwoordnaamwoorden · set 42

Voorbeeldzinnen

Wo ist mein Schlüssel?
Waar is mijn sleutel?
Er hat den Schlüssel verloren.
Hij heeft de sleutel verloren.
Du musst den Schlüssel mitnehmen.
Je moet de sleutel meenemen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Schlüssel. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Schlüssel voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Schlüssel in ripiti