Duits · naamwoord

der Stein

de steen

met lidwoordnaamwoorden · set 42

Voorbeeldzinnen

Das Kind warf einen Stein in den See.
Het kind gooide een steen in het meer.
Der Stein ist sehr schwer.
De steen is erg zwaar.
Wir müssen den Stein wegtragen.
We moeten de steen wegdragen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Stein. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Stein voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Stein in ripiti