Duits · naamwoord

der Strand

het strand

met lidwoordnaamwoorden · set 53

Voorbeeldzinnen

Der Strand ist im Sommer sehr voll.
Het strand is in de zomer erg vol.
Wir sind gestern lange am Strand spazieren gegangen.
We hebben gisteren lang op het strand gewandeld.
Am Wochenende fahren wir an den Strand.
In het weekend gaan we naar het strand.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Strand. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Strand voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Strand in ripiti