Der Student sitzt den ganzen Tag in der Bibliothek.
De student zit de hele dag in de bibliotheek.
Ich war früher auch ein Student mit wenig Geld.
Ik was vroeger ook een student met weinig geld.
Der Professor wird dem Studenten morgen helfen.
De professor zal de student morgen helpen.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: der Student. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud der Student voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.