Duits · naamwoord

der Verwandte

het familielid

met lidwoordnaamwoorden · set 70

Voorbeeldzinnen

Mein Verwandter wohnt in Hamburg.
Mijn familielid woont in Hamburg.
Gestern hat uns ein Verwandter besucht.
Gisteren heeft een familielid ons bezocht.
Wir werden einen Verwandten in Wien besuchen.
We zullen een familielid in Wenen bezoeken.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Verwandte. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Verwandte voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Verwandte in ripiti