Duits · naamwoord

der Wald

het bos

met lidwoordnaamwoorden · set 30

Voorbeeldzinnen

Der Wald hinter unserem Haus ist sehr groß.
Het bos achter ons huis is erg groot.
Wir sind gestern im Wald spazieren gegangen.
Wij hebben gisteren in het bos gewandeld.
Im Herbst werden wir im Wald Pilze suchen.
In de herfst gaan wij in het bos paddenstoelen zoeken.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Wald. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Wald voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Wald in ripiti