Duits · naamwoord

der Wolf

de wolf

met lidwoordnaamwoorden · set 81

Voorbeeldzinnen

Der Wolf lebt im tiefen Wald.
De wolf leeft in het diepe bos.
Der Jäger hat gestern einen Wolf gesehen.
De jager heeft gisteren een wolf gezien.
Die Schafe haben Angst vor dem Wolf.
De schapen zijn bang voor de wolf.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Wolf. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Wolf voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Wolf in ripiti